Welke planten trekken het meeste hommels en bijen?
Top vier voor zowel hommels als bijen: kattenkruid (Nepeta), lavendel, salie (Salvia nemorosa) en wilde marjolein. Deze vier dekken samen mei tot oktober en trekken meer bestuivers per vierkante meter dan welke andere plant ook. Vier verschillende soorten in plukken van vijf planten geeft het beste resultaat.
— Ook mooi in huis
Uit onze collectie
Decoratief beeld kapper MadDeco Antartidee polyresin 11x8x18 cm
€ 53,95
Decoratief beeld karate karateka MadDeco Antartidee polyresin 11x11x17 cm
€ 46,95
Decoratief beeld skiër MadDeco Antartidee polyresin 11x11x24 cm
€ 59,95
Decoratief beeld tennisser MadDeco Antartidee polyresin 11x11x17 cm
€ 62,95
De vraag wat "het meeste" hommels en bijen trekt is geen kwestie van willekeurig kleurige bloemen kiezen. Onderzoek van Nederlandse universiteiten naar bezoekfrequentie laat een redelijk consistent beeld zien: een handvol planten doet het structureel beter dan de rest. Daaronder vooral lipbloemigen, kruisbloemigen en samengestelde bloemen — bloemen waar bestuivers makkelijk landen of waar nectar binnen handbereik (of tonglengte) zit.
De grootste winst maak je niet door zeldzame planten te zoeken maar door je tuin in te richten met enkele bewezen toppers in flinke groepen, met aandacht voor opeenvolgende bloei. Verspreide losse planten leveren minder op dan geconcentreerde plekken — bestuivers zoeken in plukken, niet in losse exemplaren.
De vier absolute toppers
Deze planten staan structureel bovenaan elke bezoekstelling, ongeacht regio of klimaat in Nederland:
- Kattenkruid (Nepeta x faassenii 'Walker's Low'): bloeit van mei tot september als je hem twee keer halverwege terugknipt. Een volgroeide plant van 60 centimeter trekt op een warme dag 40 tot 60 hommels per uur. Vooral tuinhommels, weidehommels en honingbijen.
- Lavendel (Lavandula angustifolia 'Hidcote' of 'Munstead'): bloeit zes weken in juli en augustus. Trekt het hele spectrum bestuivers — honingbijen, aardhommels, weidehommels, bochelbijen, sluipwespen. Plant op een zonnige plek met goed waterdoorlatende grond; lavendel rot weg op zware klei.
- Salvia nemorosa 'Caradonna' of 'Mainacht': bloeit mei-juni en opnieuw augustus na terugsnoeien. Onmisbaar voor langtongige hommels (akkerhommel, tuinhommel) die met hun lange tong dieper in de bloem reiken dan andere bestuivers.
- Wilde marjolein (Origanum vulgare): juli-augustus. Trekt naast bijen en hommels ook zweefvliegen en dagvlinders zoals atalanta en gehakkelde aurelia. Verdraagt droogte uitstekend.
Met deze vier soorten in plukken van vijf à zeven exemplaren heb je het hele zomerseizoen drukbezet, ook in een tuin van 30 vierkante meter.
Salie, kattenkruid en geraniums geven een tweede bloei als je ze direct na de eerste bloei terugknipt tot 10 centimeter boven de grond. Het resultaat: twee bloeipieken in plaats van één, vaak met twee weken pauze ertussen. Dat is goud waard voor tweede generaties hommelwerksters in augustus.
Vroege bloeiers — wat hommelkoninginnen zoeken in maart
Hommelkoninginnen worden eind februari wakker met lege reservetanks. Wat ze in maart en begin april vinden, bepaalt of ze een kolonie kunnen stichten:
- Krokus (Crocus tommasinianus): bloeit eind februari, weken eerder dan andere krokussen. Aardhommelkoninginnen vliegen er direct op af.
- Wilg (Salix caprea, Salix purpurea): de katjes leveren massa's stuifmeel als bijna niets anders bloeit. Een kleine wilg in een hoek van de tuin maakt verschil.
- Longkruid (Pulmonaria): bloemen veranderen van roze naar blauw als ze bestoven zijn — hommels weten de roze nog onbezochte direct te vinden.
- Sleutelbloemen (Primula veris, Primula vulgaris): voor langtongige bijen die andere voorjaarsbloemen niet kunnen bedienen.
Wat hommels van honingbijen onderscheidt
Niet elke bestuiver bedient zich van dezelfde bloemvormen. De praktische verschillen:
Hommels hebben langere tongen (tuinhommel tot 20 millimeter) en kunnen daardoor diepe trompetbloemen aan: monnikskap, vingerhoedskruid, salie, longkruid. Ze zijn ook stevig genoeg om met buzz-pollination tomatenbloemen en bosbessen te bestuiven — een trillingstechniek die honingbijen niet beheersen.
Honingbijen hebben kortere tongen (gemiddeld 6 millimeter) en bedienen daarom liever vlakke samengestelde bloemen: dille, klimop in bloei (vanaf september een topper), klaver, mosterd, koolsoorten die je laat doorbloeien.
Wilde bijen — er zijn 360 soorten in Nederland — verschillen onderling enorm. Sommige soorten bedienen alleen één plantengeslacht (oligolectisch): de wilgenzandbij vliegt alleen op wilg, de klokjesbij alleen op klokjessoorten. Diversiteit in plantenkeuze betekent automatisch diversiteit in bezoekers.
Een tuin met alleen lavendel ziet er mooi uit maar bedient maar een deel van het bijenspectrum. Wilde bijen die alleen op klokjes, kaardebol, agrimonie of bezem-soorten gespecialiseerd zijn, vinden er niets. Plant minstens vier verschillende families door elkaar: lipbloemigen (lavendel, salie), schermbloemigen (dille, venkel), samengestelden (asters, zonnehoed) en klokjessoorten.
Late bloeiers — vaak vergeten maar cruciaal
September en oktober zijn voor veel tuinen kale maanden, terwijl late hommelwerksters, tweede broedsels en wespen dan nog volop vliegen. Plant in:
- Klimop (Hedera helix): bloeit pas vanaf zijn tweede groei-stadium (volwassen klimop in bloeitakken). Trekt in september-oktober honderden honingbijen, hommels en zweefvliegen. Een muur volwassen klimop is in oktober een biotoop op zich.
- Aster (Aster ageratoides 'Asran', Aster amellus, Symphyotrichum): bloeit september tot half oktober. Onmisbaar voor late bestuivers.
- Sedum (Hylotelephium 'Herbstfreude', 'Matrona'): trekt in oktober nog honingbijen en kleine wilde bijen, en is bovendien decoratief in de winter als de verdorde bloemschermen blijven staan.
Wie bijen serieus neemt, zorgt voor onafgebroken bloei van februari tot half oktober. Een rij planten met daartussen weken hiaten levert ondanks alle goede bedoelingen weinig op — bestuivers verhuizen dan permanent naar elders.
Begin bescheiden met de vier toppers in plukken van vijf. Voeg het tweede jaar de vroege en late bloeiers toe. Voor wie de tuin meer karakter wil geven naast de planten, passen bronzen tuinbeelden goed in een wat losser bijvriendelijk ontwerp — ze bieden structuur in een beplanting die zelf juist mag wuiven.
— Lees ook
Veelgestelde vragen
- Bezoeken honingbijen en hommels dezelfde bloemen?
- Vaak wel, maar niet altijd. Hommels hebben langere tongen dan honingbijen (sommige soorten tot 20 millimeter) en kunnen daarom dieper in trompet- en lipvormige bloemen zoals salie en monnikskap. Honingbijen geven de voorkeur aan vlakke, samengestelde bloemen waar ze makkelijk op kunnen landen: dille, klimop, klaver. Op planten als lavendel en kattenkruid vind je beide naast elkaar. Verschillende tongmaten zijn een argument om diverse bloemvormen te combineren.
- Zijn paarse bloemen aantrekkelijker dan andere kleuren?
- Paars, blauw en violet vallen het meest op voor bijen omdat ze ultraviolet licht goed waarnemen. Geel en wit volgen daarna. Roze en oranje doen het minder; rood zien bijen bijna niet (ze zien het als donker grijs). Dat verklaart waarom lavendel, salie en bernagie zo populair zijn. Maar kleur is geen op zichzelf staand selectiecriterium — een rode klaproos vol stuifmeel wordt nog steeds drukbezocht, ondanks de kleur.
- Hoeveel planten heb je nodig voor een echt effect?
- Bijen bezoeken liever één grote pluk van dezelfde soort dan losse exemplaren — dat heet flower constancy. Plant minimaal drie tot vijf exemplaren van dezelfde soort bij elkaar, in plukken van een halve tot een hele vierkante meter. Voor hommels werkt dit nog sterker: vijf lavendelstruiken bij elkaar zijn aantrekkelijker dan tien losse op verschillende plekken. Doe dit voor drie tot vier verschillende plantensoorten per bloeiseizoen.
- Waarom zie ik soms hommels op slechte planten zoals petunia's?
- Hommels prikken soms door de zijkant van bloemen heen om bij de nectar te komen zonder via de bloemmond binnen te gaan — dat heet nectarroven. Bij petunia's en sommige vingerhoedskruidsoorten gebeurt dat. Het levert de hommel nectar op maar de plant geen bestuiving. Vermijd verder commerciële perkplanten met "double" of gevulde bloemen — die zijn vrijwel altijd nectar- en stuifmeelvrij door de gewijzigde bloembouw.
- Welke fout maken mensen het meest?
- De grootste fout is gevulde bloemvarianten kopen omdat ze er voller uitzien. Gevulde dahlia's, gevulde rozen, pompon-chrysanten en de meeste tuinmarkt-perkplanten hebben hun meeldraden ingezet als extra bloemblaadjes — er is geen stuifmeel meer. Voor bijen zijn dat lege schotels. Kies altijd voor enkelbloemige rassen, ook als die bescheidener ogen. Een enkele zonnehoed levert meer leven dan tien dubbele dahlia's.




